|
Feodale anarchie leidt niet alleen tot instabiliteit, maar ook tot
tolerantie.Het aantal troubadours dat door het land trok wordt geschat op ongeveer 500.
Zij waren altijd welkom op de kastelen omdat zij voor amusement zorgden. De
feodale heren hechtten misschien nog meer aan hun plezier dan aan de
uitbreiding van hun macht. De troubadours waren min of meer de spreekbuis van het volk
in hun afkeer van de door de machthebbers opgelegde verplichtingen : belasting
betalen en de dwang om mee te doen aan oorlogen. D troubadours zongen liederen
over deze onvrede die dus gericht was tegen de rijke landheren : ze beten in
de hand die hen voedde ! De roep om meer gelijkheid en hervorming van het
systeem werd zo op speelse ,muzikale wijze overgebracht. Een deel van deze onvrede
richtte zich ook tegen de zichtbare rijkdom van de kerkelijke machthebbers,
wat tevens een van de oorzaken werd van het ontstaan en de groei van het
Catharendom.
De Catharen brachten het geloof weer terug dat er een tweedeling is tussen
het goede en het kwade, een overtuiging die eerder al verkondigd was door de
godsdienststichter Mani (3de eeuw AD ). De zichtbare wereld om ons heen was
slecht, want door de duivel geregeerd, terwijl de spirituele wereld door God
gemaakt, en dus goed was. Voor de kerk was deze leer ketterij, zij voelde steeds
meer de weerstand van de Catharen, die tegen de overdadige rijkdom van de kerk
fulmineerden. Hun leer viel uiteraard in goede aarde bij het volk en ook bij
veel feodale heren. In de 12de eeuw begon de kerk deze ketterij op twee manieren
te bestrijden : ten eerste door bedelmonniken te laten rondreizen die een
beter beeld van de kerk moesten uitdragen. Ook werden, om de harten van het volk
te winnen, in grotere steden scholen opgericht voor arme kinderen, uiteraard
om daar de juiste leer te onderrichten. De universiteit van Toulouse is in deze
periode ontstaan.
De tweede manier om de Catharen te bestrijden was gewapenderhand. Toen de
monniken en de scholen geen succes hadden werden de kruistochten het middel om de
ketterij te lijf te gaan. Met wapens nam het noorden weer bezit van het
zuiden. Het kwam goed ui dat de strijd ven de kerk tegen de ketters samenviel met
de wens van de franse koningen het zuiden weer onder controle te brengen en
zodoende Frankrijk te unificeren. De koning, Philippe-Augustus zorgde voor het
leger en de kerk met paus Alexander de 3de betaalde de kosten. |